• English
Logo van Veilig Erfgoed
Veilig Erfgoed
 

Preventieve maatregelen

Om risico’s voor het erfgoed te beheersen, zijn preventieve maatregelen nodig. Zulke maatregelen kunnen voorkomen dat zich een incident of calamiteit voordoet. Als het toch gebeurt, kunnen de maatregelen ervoor zorgen dat de ontstane situatie beheersbaar blijft. 

Preventie betekent ook dat een organisatie maatregelen heeft voor nazorg. Als zich een incident of calamiteit heeft voorgedaan, kan verdere schade aan het erfgoed daarmee mogelijk voorkomen worden. We maken onderscheid tussen organisat orische, bouwkundige en elektronische maatregelen (OBE).

Organisatorische maatregelen
Organisatorische maatregelen hebben te maken met procedures, instructies, verantwoordelijkheden en afspraken. Binnen de organisatie moet minimaal één medewerker thuis zijn in het onderwerp veiligheid van erfgoed. De eindverantwoordelijke legt direct verantwoording af aan de directie of het bestuur van de organisatie.

Voorbeelden van organisatorische maatregelen:

  • vaststellen van beveiligingsbeleid en -organisatie, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden 
  • inzet van beveiligingspersoneel, receptiemedewerkers en vrijwilligers
  • opstellen van procedures voor alarmopvolging, sleutelbeheer, sluitronde, back-ups, bezoekers, parkeren en toegangscontrole
  • opstellen van overige huisregels (bijvoorbeeld rond discipline en integriteit)
  • opstellen van het calamiteitenplan
  • registreren van incidenten
  • organiseren van opleiding en training (BHV, CHV en IHV)
  • houden van oefeningen (BHV en CHV)
  • regelen van opvangcapaciteit (BHV en CHV)
  • instellen van een crisisteam
  • maken van afspraken met hulpdiensten (brandweer en politie) en hulpverleningsorganisaties (transportbedrijven, restauratieateliers, vriesveem, calamiteitenservices) en kennisinstituten

Bouwkundige maatregelen
Bouwkundige maatregelen zorgen bij bijvoorbeeld inbraak voor vertraging en belemmering. Dat geldt zowel bij het binnenkomen als bij het vluchten van de inbrekers. Bij brand zorgen de maatregelen voor compartimentering. Daardoor verspreidt de brand zich minder makkelijk.

We onderscheiden verschillende fysieke beveiligingsschillen. De eerste schil kan bijvoorbeeld een hekwerk zijn waarmee (binnen)terreinen worden afgesloten. De buitenschil van het gebouw kan braakwerend gemaakt worden en voorzien worden van detectie. Vervolgens kunnen in het gebouw ook verschillende schillen worden aangebracht om compartimenten te maken tegen inbraak en/of brand. Het gebruik van vitrines voor kostbare stukken of museale objecten geldt ook als een aparte schil.

Inbraak
Het hang- en sluitwerk vormt een belangrijke inbraakwerende voorziening. Enkelvoudige sloten van de hoogste kwaliteit zijn niet altijd voldoende. In veel gevallen is een meerpuntsvergrendeling nodig. SKG, het keuringsinstituut voor de bouw, geeft waardevolle tips voor hang- en sluitwerk.

De beglazing in ramen en deuren kan worden beschermd door tralies, hekwerken of rolluiken. Sommige organisaties vervangen hun beglazing door inbraakwerende beglazing of installeren achterzetramen.

Het nationale normalisatie instituut NEN heeft een norm ontwikkeld met als titel Glas in gebouwen - Beveiligingsbeglazing - Beproeving en classificatie van de weerstand tegen manuele aanval, de NEN norm NEN-EN 356. Dit betekent dat iedere glasproducent moet aangeven hoeveel weerstand zijn glas kan weerstaan volgens de NEN 356. Als geen weerstandklasse wordt opgegeven, dan voldoet het glas niet als doorbraakvertragende beglazing en kan het ook niet als zodanig worden toegepast.

Brand
Maatregelen om erfgoed tegen brand te beschermen zijn:

  • (kleinere) brandcompartimenten
  • verspreiden van topstukken over meerdere brandcompartimenten
  • rook- en hittedetectie
  • automatische blussystemen (sprinklers) of zuurstofreductie
  • handbrandblussers en brandslanghaspels
  • onbrandbaar isolatiemateriaal

Aandachtspunt
Erfgoedorganisaties moeten zich in elk geval houden aan de technische voorschriften van het Bouwbesluit. Hieraan moeten alle openbare gebouwen voldoen. De voorschriften hebben betrekking op gezondheid, veiligheid, energiezuinigheid en milieu.

Aandachtspunt
Wie bouwactiviteiten wil verrichten in, aan, op of bij een rijksmonument of het rijksmonument anderszins wil wijzigen, zal moeten nagaan of daarvoor een omgevingsvergunning nodig is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Of een vergunning vereist is voor de werkzaamheden, kan worden nagevraagd bij de gemeente. Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staat informatie over de overgang van de Monumentenwet 1988 naar de Erfgoedwet en Omgevingswet. 


Elektronische maatregelen
Elektronische maatregelen zijn onder andere:

  • (stille) detectie bij objecten of vitrines
  • beveiligingscamera’s
  • sabotagevrije inbraakdetectie op de gevel
  • infrarood ruimtedetectie
  • installaties zoals brandmeld-, ontruimings-, inbraakalarm- en noodverlichtingsinstallatie

Aandachtspunt
Het gebruik van cameratoezicht zoals Closed Circuit Television (CCTV) is aan wettelijke regels en richtlijnen gebonden. Hiervoor geldt de Wet bescherming persoonsgegevensHet College bescherming persoonsgegevens (CBP) is het zelfstandig bestuursorgaan dat in Nederland bij wet als toezichthouder is aangesteld voor het toezicht op het verwerken van persoonsgegevens. 

Aandachtspunt
Als de brandweer een organisatie verplicht een brandmeldinstallatie aan te brengen, dan is een ontruimingsinstallatie hier een onderdeel van.

Links